De ontwikkeling in de fabricage van stempels is verwant aan die
van de drukkerij. De voorbereiding is nagenoeg gelijk aan die
van drukwerk: een fotografisch procédé waarbij losse
letters worden samengevoegd, in spiegelbeeld, tot een woord of
tekst. De wortels van de stempel liggen in het graveerbedrijf.
Elke stempel werd in het metaal gegraveerd. Toen de industriële
verwerking van rubber mogelijk werd in 1875, werden de rubberstempels
geïntroduceerd.
Fotopolymeer
Na 1975 werd het vulkaniseren van rubber, deels vervangen door
een fotochemisch proces, momenteel nog de meest gangbare methode
van produceren. De basis van het proces is de negatieve film die
als masker dient voor de verdere stempelproductie. In een speciale
belichter wordt de negatieve film bedekt met een vloeibare polymeerlaag.
Na belichting ondergaat het polymeer een chemische reactie en
wordt hard en onoplosbaar. De niet-belichte delen blijven zacht
en kunnen met water worden weggewassen.